Trillingsisolatie voor spoor & verkeer

Dubbelsporige spoorlijn in een groen landschap

Trillingsisolatie voor spoor & verkeer

Elastische opleggingen tegen trillingen en contactgeluid – voor spoorinstallaties, trams, tunnels en gebouwen langs verkeerswegen.

Als de trein het gebouw laat trillen

Railverkeer veroorzaakt trillingen die zich via bovenbouw en bodem naar aangrenzende bouwwerken verspreiden. Daar worden ze waargenomen als voelbare trillingen of als laagfrequent secundair luchtgeluid – een typisch probleem in binnensteden, langs tramlijnen en bij gebouwen direct naast spoorlijnen. Tegelijk belasten trillingen bovenbouw, voertuigen en bouwdelen.

Trillingen verminderen

Elastische tussenlagen in de bovenbouw of onder gebouwen verminderen de overdracht van trillingen naar de omgeving.

Bouwwerken beschermen

Ontkoppelde constructies worden dynamisch minder belast – dat spaart bovenbouw, tunnels en aangrenzende gebouwen.

Meer rijcomfort

In voertuigen zorgen elastomeeropleggingen voor een rustigere loop en minder bedrijfsgeluid.

Moderne tram in de stad

Typische toepassingen

Typische toepassingen in spoor en verkeer:

  • Spoorbaan van hoofdspoorwegen, metro en tram
  • Spoortunnels en haltes
  • Gebouwen direct langs spoorlijnen en tramlijnen (elastische oplegging van gebouwen)
  • Locomotieven, treinstellen, metro’s en trams
  • Tractietransformatoren en onderstations
  • Moeilijk ontvlambare geluidsschermen voor bouwwerkzaamheden in tunnels en stations

Onze oplossing: laag afgestemde elastische oplegging

Hoe lager de eigenfrequentie van de oplegging, hoe beter ook de lage frequenties van het railverkeer worden geïsoleerd. Wij combineren materiaal, dikte en belastingsklasse zo dat trillingsbescherming en draagvermogen op elkaar zijn afgestemd.

  • PUR-elastomeren met eigenfrequenties tot ca. 8 – 10 Hz
  • PUR-gebonden rubbergranulaat- en vezelmatten voor bovenbouw en ballastmatten
  • Meerlaagse opbouwen voor een bijzonder lage afstemming
  • Moeilijk ontvlambare uitvoeringen op aanvraag

Aanbevolen systemen & technische gegevens

Spoortoepassingen vragen een combinatie van hoog draagvermogen en lage afstemming. De keuze hangt af van aslast, type bovenbouw en de te beschermen frequenties.

Aanbevolen systeemBelastingsbereik (statische continue belasting)Geschikt voor
PUR-elastomeer, middel tot zwaar0,11 – 0,85 N/mm²Elastische oplegging van gebouwen langs spoorlijnen, tunnels – eigenfrequenties tot ca. 8 Hz
Rubbergranulaat-/vezelmat, klasse G6 – G80,30 – 1,50 N/mm²Bovenbouw, ballast- en onderbouwmatten
Elastomeeropleggingen (NR, CR, EPDM)volgens ontwerpSpoorvoertuigen, aggregaten, onderstations
  • Trillingsbescherming vroeg in het ontwerp meenemen – achteraf aanbrengen is bewerkelijk
  • Flankerende wegen en doorvoeringen consequent ontkoppelen om geluidsbruggen te voorkomen
  • Brandveiligheidseisen voor tunnels en stations vooraf afstemmen

→ Alle belastingsklassen: materialen & technische gegevens · Eigen waarden controleren: isolatiecalculator · bestekteksten & datasheet (pdf, Duitstalig)

Passende datasheets (pdf, Duitstalig): PUR-elastomeren

Rekenvoorbeeld: oplegging van een gebouw langs een spoorlijn

Hoe werkt een laag afgestemde oplegging op typische spoortrillingen? Het volgende vereenvoudigde voorbeeld toont de orde van grootte voor een stripoplegging onder de dragende wand van een gebouw dat direct naast een spoorlijn staat.

  • Wandbelasting: 25,5 t per strekkende meter (≈ 250 kN/m)
  • Opleggingsbreedte: 500 mm, dus 500.000 mm² opleggingsoppervlak per meter
  • Oppervlaktedruk: 25.500 kg × 9,81 / 500.000 mm² ≈ 0,50 N/mm² – binnen het belastingsbereik „PUR-elastomeer, middel tot zwaar” (0,11 – 0,85 N/mm²) uit de tabel hierboven
  • Aangenomen eigenfrequentie van de oplegging: 10 Hz (voorzichtige aanname) of 8 Hz (lage afstemming)
  • Bepalende trillingsfrequenties: 30, 50 en 80 Hz

Er wordt gerekend met het model van de ongedempte één-massa-veer-oscillator: frequentieverhouding η = excitatiefrequentie / eigenfrequentie, overdrachtsfactor T = 1 / (η² − 1), isolatiegraad = 1 − T, niveauvermindering = 20 · log10(1/T) dB.

TrillingsfrequentieOplegging met f₀ = 10 HzOplegging met f₀ = 8 Hz
30 Hzη = 3,0 → 87,5 % (≈ 18 dB)η ≈ 3,8 → ≈ 92 % (≈ 22 dB)
50 Hzη = 5,0 → ≈ 96 % (≈ 28 dB)η ≈ 6,3 → ≈ 97 % (≈ 32 dB)
80 Hzη = 8,0 → ≈ 98 % (≈ 36 dB)η = 10 → ≈ 99 % (≈ 40 dB)

Wat het voorbeeld laat zien: in het bereik van 30 tot 80 Hz bereikt een laag afgestemde PUR-oplegging rekenkundig hoge isolatiegraden. Componenten onder ongeveer 14 Hz (bij f₀ = 10 Hz) of 11 Hz (bij f₀ = 8 Hz) worden daarentegen niet geïsoleerd en in het gebied van de eigenfrequentie zelfs versterkt (η < √2). Zijn laagfrequente componenten bepalend, dan is een nog lagere afstemming of een massa-veersysteem nodig. Gebouw- en vloerresonanties, demping en flankerende wegen worden door het eenvoudige model niet weergegeven – de trillingsprognose wordt doorgaans door een gespecialiseerd adviesbureau opgesteld.

Vereenvoudigd voorbeeld, richtwaarden – het bindende ontwerp gebeurt per project. Uw eigen waarden controleert u met de isolatiecalculator. Een materiaalmonster kunt u aanvragen via de snelle aanvraag.

Zo verloopt uw project

1. Aanvraag

U geeft ons uw machine of installatie, het gewicht, het steunvlak en het toerental door – het eenvoudigst via onze configurator.

2. Ontwerp

Wij kiezen materiaal, hardheid, dikte en formaat passend bij belasting en frequentie en stemmen de oplossing met u af.

3. Productie

Uw trillingsdempende matten of pads worden op maat gesneden – als mat, strook, pad of meerlaags systeem.

4. Levering

U ontvangt montageklare elementen die zonder veel moeite onder machines en funderingen kunnen worden geplaatst.

Veelgestelde vragen

Wat is secundair luchtgeluid?

Trillingen uit de bodem brengen wanden en vloeren in trilling. Die stralen het geluid als laagfrequent brommen in de ruimte uit – ook als er geen direct luchtgeluid van de trein te horen is.

Kan een bestaand gebouw achteraf worden beschermd?

Een elastische oplegging van een gebouw wordt doorgaans bij nieuwbouw ingepland. Bij bestaande bouw zijn maatregelen aan het spoor of aan afzonderlijke bouwdelen mogelijk – wij adviseren u graag.

Biedt u ook geluidsbescherming voor bouwplaatsen in het spoorgebied?

Ja, wij leveren ook moeilijk ontvlambare geluidsschermen, bijvoorbeeld voor bouwwerkzaamheden in tunnels of stations.

Welke brandveiligheidseisen gelden in spoorvoertuigen (EN 45545-2)?

Voor materialen in spoorvoertuigen legt EN 45545-2 eisen aan het brandgedrag vast. Welke eisen in een concreet geval gelden, hangt onder meer af van de inbouwplaats in het voertuig en van het gebruik en type van het voertuig. Of een materiaal daaraan voldoet, hangt af van het producttype – de onderbouwing ontvangt u bij de offerte. Vermeld de vereiste classificatie uit uw programma van eisen; een overzicht geeft onze pagina normen & richtlijnen.

Wat is het verschil tussen een ballastmat en een massa-veersysteem?

Een ballastmat wordt onder het ballastbed gelegd en maakt de bovenbouw elastischer; ze vermindert trillingen vooral in het middelste en hogere frequentiebereik en spaart tegelijk de ballast. Bij een massa-veersysteem wordt een zware betonnen draagplaat inclusief spoor volvlaks, in stroken of puntsgewijs elastisch opgelegd. De grote meetrillende massa maakt een duidelijk lagere afstemming mogelijk en daarmee meer effect bij lage frequenties – tegen een navenant grotere bouwkundige inspanning.

Welke frequenties zijn bepalend bij spoortrillingen?

Dat hangt af van voertuig, bovenbouw, snelheid, bodem en bouwwerk. Bij tunneltracés liggen de bepalende componenten vaak in het bereik van ongeveer 30 tot 80 Hz, bij bovengrondse trajecten deels ook lager. Betrouwbare waarden levert alleen een meting of prognose ter plaatse. De eigenfrequentie van de oplegging moet duidelijk onder de laagste bepalende frequentie liggen – zie het rekenvoorbeeld hierboven.

Kunnen ook aggregaten en onderbouwapparatuur in voertuigen elastisch worden opgelegd?

Ja. Voor spoorvoertuigen, aggregaten en onderstations ontwerpen wij elastomeeropleggingen van NR, CR of EPDM op basis van uw gegevens. Daarvoor hebben wij massa en ligging van het zwaartepunt nodig, aantal en positie van de bevestigingspunten, de excitatiefrequenties en de beschikbare inbouwruimte. Brandveiligheidseisen volgens EN 45545-2 stemmen wij per type af in de offerte.

Welke gegevens hebt u nodig voor de oplegging van een gebouw langs een spoorlijn?

Nuttig zijn de belastingen (wand- en kolombelastingen of de oppervlaktedruk), het geplande type oplegging (volvlaks, strip- of puntoplegging), de afstand tot het spoor en – indien beschikbaar – metingen, prognoses of eisen uit het trillingsonderzoek, bijvoorbeeld voor de beoordeling volgens de SBR-richtlijn trillingen of DIN 4150-2. Voor railverkeer bestaan in Nederland bovendien beleidsregels voor trillinghinder door spoor. Om te beginnen volstaat de snelle aanvraag; documenten kunnen wij later aanvullen.

Trillingen door railverkeer?

Beschrijf uw project – wij ondersteunen u bij de keuze van de passende elastische oplegging.

🗣️ Wij adviseren u in het Duits, Engels en Frans – ons team heeft Engels- en Franstalige medewerkers.

    Uw toepassing

    Belasting en steunvlak

    Contactgegevens

    Bestanden bijvoegen Optioneel – foto’s, tekeningen, Excel, Word, pdf, CAD (max. 8 MB per bestand)




    Weinig tijd? De snelle aanvraag volstaat om te beginnen. Liever uitgebreid? Gebruik onze aanvraagconfigurator of neem direct contact met ons op.

    Andere toepassingen: Transformatoren · Pompen & compressoren · CNC-machines & persen · Installatietechniek & warmtepompen · Scheepsbouw & offshore · Bouw & funderingen · Laboratoria & onderzoek
    Kennis & tools: Materialen & technische gegevens · Isolatiecalculator · Mat, voet of veer? · Mat werkt niet? · Downloads · Veelgestelde vragen · Over ons